Gevonden!

Gevonden! Maar dan?

Gastblog door Perla Schippers-Anröchte

Wat begon als een positieve en relatief nuchtere zoektocht naar halfjes en pas in tweede instantie mijn donorvader, veranderde in een onvoorstelbare wervelwind van verrassingen en emoties. Want hij vond mij. Door een bijna onmogelijke hoeveelheid toevalligheden vond mijn donorvader mij en kon ik hem ontmoeten, slechts vijf maanden nadat ik het donorpaspoort onder ogen kreeg. Wat tot dat moment voor mij een grote leegte en een enorm vraagteken was, werd een man met een naam, een gezicht, een stem en meer warmte dan ik ooit had durven hopen.

Hoe het telefoongesprek en de eerste (en tot nu toe enige) ontmoeting met hem en zijn vrouw verliep, heb ik al verteld. Dat was een geweldig feest van herkenning waar ik nog elke dag dankbaar voor ben. Maar daarna? In dit soort verhalen, die met een ogenschijnlijk happy end, zie je vaak het vervolg niet, zoals je in films na de woorden ‘The end’ nooit ziet wat er dan verder gebeurde. In mijn geval werd dat een heel ander, maar minstens even bijzonder verhaal.

Na ‘the end’

Mijn donorvader, die ik hier Willem, maar ook ‘mijn vader’ noem, stuurde mij op mijn 33e verjaardag een fijne brief met lieve woorden en een persoonlijk kaartje erbij. Een groter cadeau had ik niet kunnen verzinnen. Hij vroeg of ik een paar foto’s van mezelf wilde sturen om aan zijn kinderen, mijn halfjes, te laten zien wanneer hij ze het Grote Geheim, mijn bestaan, zou vertellen. “Less is more”, dacht ik, dus drukte ik twee foto’s af en stuurde die met een briefje terug. Het bleef vervolgens angstvallig stil. Dat zat me niet lekker, dus stuurde ik een week of twee later een e-mailtje om te vragen of mijn post was aangekomen en hoe het met hem ging. Vrij snel volgde er een verdrietig e-mailtje waarin hij vertelde dat het nieuws op alle fronten verkeerd was gevallen bij zijn gezin en dat we geen contact meer konden hebben. ‘Dus Perla, we moeten het hierbij laten. Ik hoop dat je een lang en gezond leven mag hebben.’ waren zijn laatste woorden.
Mijn hart brak een stukje die dag, al wist ik natuurlijk vanaf het begin dat dit kon gebeuren. Ik wist dat mijn plotselinge opdoemen een te grote impact kon hebben op een familie in het ongewisse. Toch was het zíjn beslissing om contact op te nemen met mij, om me te ontmoeten en op zijn relatief hoge leeftijd nog een biologische dochter te leren kennen. Dat op zich vergt al onbeschrijflijk veel moed, vind je niet? Hoewel zijn e-mail natuurlijk een immense teleurstelling was, stuurde ik een e-mailtje terug met begripvolle woorden en opnieuw mijn dankbaarheid naar hem en zijn vrouw. Ik heb er niet om gehuild, ik was er niet boos om, maar ik heb het geaccepteerd. Mijn nuchtere verstand overrulede snoeihard mijn emotionele hart. Daarna bleef het stil, maar ik bleef natuurlijk aan Willem denken. Elke dag.

Een onverwacht telefoontje

Een paar maanden later ging mijn mobieltje over en zag ik in het scherm een nummer dat ik niet kende. Het was Willem! Mijn hart schoot ongeveer mijn keel in en mijn handen begonnen te trillen alsof ik een drilboor vast had. Hij vertelde dat hij het erg akelig vond hoe we zo abrupt het contact moesten verbreken, maar dat de situatie in zijn familie helaas nog niet was veranderd. Het was een kort gesprek waarin ik zo goed mogelijk probeerde duidelijk te maken dat ik met onze enige ontmoeting al dolgelukkig was, hoe spijtig de situatie ook uit was gepakt. Tot mijn grote blijdschap zei Willem dat hij zelf wèl erg blij was dat we elkaar gevonden hadden en dat hij me heel graag nog eens opnieuw zou willen zien. Jammer genoeg zag hij daar geen kans toe, zei hij, en daar eindigde het gesprek. Toen we hadden opgehangen, barstte bij mij een emotionele bom die ik al een paar maanden aan het onderdrukken was en ik zat opeens huilend op de grond. Verdriet om de machteloosheid, boosheid over hoe zo’n goede, lieve man zo gestraft wordt door de mensen die het meeste van hem houden voor iets wat hij puur uit de warmte van zijn hart gedaan heeft en frustratie om de afwijzing van iets wat zo fijn en mooi voor hem zou kunnen zijn. Ik was niet eens verdrietig voor mezelf, ik was verdrietig voor hèm. Omdat ik hoorde hoeveel pijn hij had. De rest van de dag was ik totaal van de kaart, in tweeën gespleten door een ongelooflijk geluksgevoel en een diepe bedroefdheid. Het is een eigenaardige emotie, kan ik je vertellen. Ik had Willem al op de eerste dag beloofd om mijn afstand te bewaren en ik houd me aan mijn woord, al zou ik vol trots en blijdschap van de daken willen schreeuwen dat hij mijn vader is.

De deur op een kier

Twee weken later had ik mijn telefoon in de wc laten vallen. Gelukkig was het een schone pot, maar mijn iPhone moest voor straf uit en in een bak rijst liggen. “Stel dat Willem precies belt nu mijn telefoon in de rijst ligt…” dacht ik nog, niet helemaal snappend waar die gedachte vandaan kwam. Je voelt hem al aankomen; toen ik mijn telefoon weer aanzette, bleek ik een voicemail te hebben. Een voicemail van mijn vader. Zijn stem op mijn telefoon! ‘Hallo Perla, met Willem, je donorvader… Ik zou een praatje met je willen maken, hoe het allemaal is gegaan, met reacties van familie en zo. Maar ik bel wel een andere keer. Doeg.’ Ik slikte. Zou er iets gebeurd zijn? Iets veranderd aan zijn kant? Ik durfde er niet op te hopen. Dit keer was ik echter voorbereid dat hij me zou bellen, voor zover je op zoiets bijzonders voorbereid kunt zijn natuurlijk. Moet je je voorstellen hoe zoiets voelt. 33 jaar van niks weten, opeens je fantastische donorvader leren kennen, dan zo snel alweer afscheid moeten nemen, maar dan toch weer contact krijgen. Een emotionele achtbaan is dat wel te noemen. Zijn opmerking over reacties van familie bleek over míjn familie te gaan. Hij was benieuwd hoe mijn familie gereageerd had op ons bijzondere verhaal. Bij hem was er helaas niets veranderd. Het gesprek was kort en ik weet niet zeker of ik wel de juiste dingen heb gezegd, maar wat Willem zei liet me stralen. Hij zei dat hij trots op me was en dat hij elke dag aan me dacht. Ik kan je niet uitleggen hoeveel die woorden voor me betekenen, maar je kunt het je vast wel een beetje inbeelden. Zeventien jaar was ik een wees, maar nu heb ik een vader, die aan me denkt. Hoewel hij duidelijk was in het feit dat we elkaar (nog) niet kunnen zien en dat hij het op prijs stelde dat ik afstand hield, was dit gesprek voor mij toch een deur die op een kiertje was gekomen.

Kostbaar contact

In de maanden die volgden, belde hij me af en toe op en dan konden we eventjes fijn met elkaar praten. Zo kon ik Willem wat meer leren kennen en merkte ik hoeveel ik op hem lijk. Er zijn echt hele duidelijke overeenkomsten, innerlijk, maar ook uiterlijk. Een paar dagen voor kerst kreeg ik met de post een boekje waar enkele foto’s van hem in stonden, dat ik met de tranen over mijn wangen maar met een enorme glimlach doorbladerde. Bij een close up van een wat jongere Willem, moest ik mijn kaak even oprapen. Omdat mijn moeder overleed toen ik 16 was, heb ik maar weinig foto’s waarin ik mezelf in een van mijn ouders herken, maar hier was het dan, overduidelijk; mijn mond, mijn kin, de bovenkant van mijn neus en zelfs de manier waarop ik kijk. Tot mijn grote blijdschap stond in de bijgevoegde brief dat zijn vrouw Nel er vrede mee had dat hij dit boekje naar me stuurde. Inmiddels had ik een mooie map met insteekhoesjes gekocht waarin ik alle dingen stop die met mijn zoektocht en met Willem te maken hebben. Het is een soort plakboek. Het besef dat de enige herinneringen die ik kan maken aan mijn vader nú gebeuren, is elke dag bij me. Ook hij weet dat zijn hogere leeftijd helaas een factor is in ons contact en dat er daarom eigenlijk een soort tijdsdruk is die we niet in de hand hebben. Elk gesprek is kostbaar, elk briefje van onschatbare waarde en ieder contact opnieuw een cadeau.

Gevoel

Vandaag belde hij me weer en kon ik weer eventjes zijn prettige stem horen, vragen stellen en laten weten dat ik aan hem denk. Het was een fijn telefoongesprek. Waarom zijn gezin zoveel moeite heeft met ons contact is ook voor hem onduidelijk, maar iedereen is anders en gevoel heb je niet in de hand. Meer dan hun gevoelens en Willems keuze respecteren kan ik dus niet, want ik wil het hem op geen enkele manier moeilijker maken dan nodig is. Maar ergens doet het pijn, dat zal ik niet ontkennen. Ik voel me aan de ene kant onmetelijk trots en blij, maar ik ben ergens ook gekwetst, omdat ik er niet mag zijn van mensen met wie ik 50% DNA deel. Ook hierbij voel ik me eigenlijk niet eens gekwetst voor mezelf, maar voor mijn vader die zo vreselijk graag contact met zijn extra dochter wil. Het is een spagaat van levensformaat. Toch probeer ik altijd te focussen op het nu en het positieve. Willem bestaat echt én hij wil me leren kennen. Misschien dat zijn gezin op een dag van gedachten verandert en begrijpt hoeveel dit voor hem betekent. Misschien dat ze inzien dat er in Willems grote, warme hart ruimte is voor mij, zonder dat dat ten koste gaat van zijn liefde voor hen. Dat ik geen bedreiging of gevaar ben. Misschien dat ze hem op een dag de ruimte en acceptatie willen geven om zijn dochter, hun halfzusje, opnieuw te ontmoeten. Ik kan het alleen maar hopen en in de tussentijd koesteren wat er wèl mag bestaan.

Zo is dit dus hoe het verder ging, na de woorden ‘the end’. The end is namelijk nooit écht het einde van de film, maar slechts het einde van een hoofdstuk. En zal ik je nog iets bijzonders vertellen? Dit jaar heb ik voor het eerst in mijn leven op Vaderdag gewoon een vader!

Liefs, Perla

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *