Gevonden!

De man die niet gevonden kon worden

‘De Jong’ zegt een mannenstem aan de andere kant van de lijn.

‘Spreek ik met Jan?’ vraag ik voorzichtig. Mijn hart bonst in mijn keel. Zou het hem nou echt zijn? Is dit mijn donorvader?

‘Ja, met wie heb ik het genoegen?’ Herpak jezelf Carlijn.

‘Ehum ja met Carlijn. Bent u de zoon van Truus en Theo?’ Okee, dit is gek om mee te beginnen.. maar ik moet het gewoon weten!!

‘Haha, ja dat zijn mijn ouders’ Check, ik heb dus in ieder geval de goede Jan de Jong aan de lijn.

‘En.. kent u dokter Karbaat?’ Nu nog verificatie voor het feit van spermadonatie.

‘Haha ja die ken ik wel, ik ben lang donor geweest bij hem. Ben jij mijn donorkind?’

Zo hing ik ineens ‘oor-in-oor’ met mijn donorvader aan de andere kant van de lijn. Wie had gedacht dat dit mij ooit mocht overkomen? Drie maanden terug begon mijn eigen non-fictie detectiveverhaal bij de inschrijving met de Family Finder test van Family Tree DNA (FTDNA) – een internationale DNA databank.

Desalniettemin gaat de proloog van mijn detectiveverhaal terug tot 8 jaar geleden: ik kreeg op mijn 16de te horen van Medisch Centrum Bijdorp dat de gegevens van mijn moeders “bekende” donor vernietigd waren. Ik voelde mij ontzettend bedroefd, boos en tegelijkertijd buitengewoon machteloos. Ik heb 16 jaar lang toegewerkt naar het moment dat ik contact op kon nemen, en dan blijkt het ineens niet te kunnen! Enige tijd later hoorde ik van het bestaan van de FIOM DNA databank en ondanks de behoorlijke financiële drempel heeft mijn lieve moeder het mogelijk gemaakt dat ik mijn DNA daar kon laten registeren. Tot op de dag van vandaag heb ik daar helaas geen match gevonden en de hoop op het ooit nog vinden van verwanten was dan ook gedaald tot een bedroevend laag niveau. Tot ik Stichting Donor Detectives leerde kennen..

En dan is het ineens een warme zwoele zondagavond waarin ik een mail krijg van FTDNA: mijn resultaten zijn binnen en.. ik heb een match! Ik heb gewoon een zus! IK! Het is dus waar, er zijn inderdaad andere donorkinderen met dezelfde donorvader als ik. Ze lijkt fysiek op mij en mijn nieuwsgierigheid naar de donor neemt toe. Twee dagen later weer een match: Koekoek, nog een zus! Het houdt niet op. Hoeveel halfjes zouden er rondlopen? De dagen erna maakt mijn hart een sprongetje bij elke emailnotificatie die ik op mijn telefoon krijg.

Eenmaal bijgekomen van de ontmoeting met mijn zussen – alsof ik ze al jaren kende, maar tegelijkertijd 24 jaar moet inhalen – begin ik te kijken naar mijn andere matches (2nd to 4th cousins, 70 cM) op FTDNA: een Amerikaanse dame van tegen de 60 en een Nederlandse heer van dezelfde leeftijd. Zodoende kom ik erachter dat zij ‘bevestigde 3rd cousins’ zijn. Gefascineerd heb ik de documenten, tips en comments van de Donor Detectives, evenals immens veel websites over DNA onderzoek doorgelezen. Bemoedigend krijg ik de bevestiging van de Donor Detectives: hun voorouder is ook die van mij. Holy shit! Nu ken ik mijn oudouders van donorskant, zijn betovergrootouders. Het voelt dichterbij dan ooit. Maar wat nu?

Langzaam realiseer ik wat de sleutel tot mijn detectiveverhaal is: stamboomonderzoek, een parenteel maken om precies te zijn. De dagen die volgen praat ik met de Donor Detectives en lees ik op de website van het CBG, verschillende stamboomfora en facebookpagina’s voor genealogie alles over stamboomonderzoek. Tegelijk heb ik mijn strategie bepaald: ik moet in contact komen met afstammelingen van mijn betovergrootouders die geïnteresseerd zijn in stamboomonderzoek. Alleen zo – is mijn redenatie – kan ik ze intrinsiek motiveren om FTDNA ook te doen. Ze hebben er dan zelf ook nog wat aan.

Het contact wat volgde, was beter dan ik ooit heb durven dromen: Onno – een mogelijke afstammeling van familie De Jong – en zijn vriendin Natasha leren mij alles wat zij de afgelopen 17 jaar aan stamboom-ervaring en kennis hebben opgedaan en we werken dagenlang met zijn drieën simultaan in een Google Spreadsheet document om de parenteel compleet te maken. Hier en daar schakelen we hulplijnen in (o.a. Els, Joëlle, Jolanda) om de talrijke geboorteakten, huwelijksakten, overlijdensakten, grafstenen, familieadvertenties, krantenartikelen en dergelijke boven water te krijgen en om op een concreet spoor te komen van levende afstammelingen. Ook mijn eerdergenoemde verre achterneef (3C1R) en zijn dochter voegen zich bij de zoektocht, en eveneens mijn Amerikaanse verre achternicht (3C1R) helpt bij internationale vraagstukken.

De combinatie van het maken van de parenteel, het eindeloos benaderen van, en klessebessen met afstammelingen van familie De Jong, simpelweg het gebruikmaken van Google en Facebook, en een ontiegelijk hoge mate van geluk, maakt dat ik op 24 juli 2017 om half 10 in de avond aan de lijn hang met mijn (zeer hoogstwaarschijnlijke) donorvader.

‘Je bent altijd welkom om een kopje koffie te komen doen’, zegt Jan terwijl hij zijn agenda erbij pakt, ‘want je hebt het recht om te weten van wie je afstamt’. Aan de andere kant van de lijn rolt er stiekem een traan naar beneden van blijdschap en opluchting.

Sommige namen zijn fictief, vanwege privacy.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *